Banner

Statuten

Naam en Zetel

Artikel 1

De vereniging draagt de naam:
Beroepsorganisatie Arboverpleegkunde (BAV)
Zij heeft haar zetel te Rotterdam.

Duur


Artikel 2

De vereniging is opgericht op zestien maart negentienhonderd zes en veertig onder de naam Nederlandsche Vereniging van Verbandmeesters(essen) en is thans aangegaan voor onbepaalde tijd.

Doel

Artikel 3

1.de vereniging heeft ten doel:
  • het tot stand brengen van contacten tussen hen die als Arboverpleegkundigen in het bedrijfsleven werkzaam zijn;
  • het behartigen van de belangen harer leden in het algemeen en in het bijzonder het opvoeren hunner kennis en bekwaamheid;
  • het bevorderen van de integrale Arbozorg;
  • het bevorderen van de Arboverpleegkunde.
2. de vereniging tracht haar doel te bereiken door:
  • het houden van vergaderingen en andere bijeenkomsten;
  • het maken van propaganda;
  • het bevorderen, respectievelijk meewerken aan of zelf organiseren van lezingen en/of cursussen;
  • alle andere wettelijke middelen, die voor het doel bevorderlijk kunnen zijn.
3. de grondslag van de vereniging is algemeen, zij voert geen politiek en beweegt zich niet in een confessionele rich­ting.

Leden

Artikel 4

1. gewone leden van de vereniging kunnen zijn Arboverpleegkundigen waaronder ook begrepen studenten Arboverpleegkunde;

2. buitengewone leden kunnen zijn personen die werkzaam zijn in of ten behoeve van de integrale Arbozorg;

3. erelid is (wordt) hij/zij die als zodanig door de Algemene Vergadering wordt benoemd uit erkentelijkheid voor zijn/haar gedurende lange tijd verrichte bijzondere diensten voor de vereniging en/of integrale Arbozorg. Ereleden behouden de rechten van het gewone lidmaatschap;

4. lid van verdienste is hij/zij die als zodanig door de Algemene Vergadering wordt benoemd uit erkentelijkheid voor de bijzondere wijze waarop hij/zij zich heeft ingezet voor de vereniging. Leden van verdienste behouden de rechten van gewone leden zolang ze voldoen aan de vereisten van het gewone lidmaatschap;

5. het bestuur houdt een register, waarin de namen en adressen van alle gewone leden, buitengewone leden, ereleden en leden van verdienste zijn opgenomen;

6.buitengewone leden hebben dezelfde rechten en verplichtingen als gewone leden, met dien verstande dat zij geen stemrecht hebben en geen bestuursfunctie kunnen vervullen.

Toelating

Artikel 5

1. het bestuur beslist omtrent de toelating van gewone leden en buitengewone leden, nadat een daartoe strekkend schriftelijk verzoek bij de secretaris is ingediend;

2. bij niet-toelating tot lid kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.

Einde van het lidmaatschap

Artikel 6

1. het lidmaatschap eindigt:
  • door de dood van het lid;
  • door schriftelijke opzegging van het lid;
  • door opzegging namens de vereniging;
  • door ontzetting.
2. opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar (kalenderjaar) en met inachtneming van een opzegtermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;
3. een lid is niet bevoegd door opzegging van het lidmaatschap zich te onttrekken aan financiële verplichtingen jegens de vereniging;

4. opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur;
Reden voor opzegging kan zijn:
  • het lid voldoet niet meer aan de statutaire verplichting;
  • het lid komt zijn verplichtingen jegens de vereniging niet na;
  • het lid handelt in strijd met de reglementen en/of besluiten van de vereniging;
  • het lid benadeelt de vereniging op onredelijke wijze;
  • van de vereniging kan redelijkerwijs niet worden gevergd dat het lidmaatschap voortduurt.
5. ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken, wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. De ontzetting geschiedt door het bestuur, dat het betrokken lid ten spoedigste schriftelijk van het besluit, met opgave van reden(en), in kennis stelt. De betrokkene is bevoegd binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering.

Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Het geschorste lid heeft toegang tot (dat deel van) de Algemene Vergadering, waarin het beroep tegen het bestuursbesluit tot ontzetting aan de orde komt en heeft het recht om over zijn ontzetting/schorsing het woord te voeren. Het besluit van de Algemene Vergadering, waarbij op het beroep van het betrokken lid uitspraak wordt gedaan, moet worden genomen met tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen.

Jaarlijkse bijdrage

Artikel 7

De gewone leden en buitengewone leden zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de Algemene Vergadering zal worden vastgesteld en die voor een maart van het betreffende jaar betaald moet worden.
Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.

Bestuur

Artikel 8

1. het bestuur bestaat uit tenminste vijf personen, die door de Algemene Vergadering worden
benoemd. De benoeming geschiedt uit de leden. Buitengewone leden kunnen geen bestuursfunctie vervullen;

2. de voorzitter wordt door de Algemene Vergadering in functie benoemd.

Einde bestuurslidmaatschap - Periodiek lidmaatschap - Schorsing

Artikel 9

1. elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit van ontslag, eindigt door het verloop van die termijn;

2. elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. De aftredende is éénmaal herkiesbaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in, met dien verstande, dat hij maximaal zes jaar bestuurslid kan zijn;

3. het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
  • door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
  • door bedanken.

Bestuursfuncties - Besluitvorming van het bestuur

Artikel 10

1. het bestuur wijst uit zijn midden een secretaris, een penningmeester, alsmede een plaatsvervangend voorzitter aan. Het kan voor de eerste twee uit zijn midden een plaatsvervanger aanwijzen;

2. voorzitter, secretaris en penningmeester vormen het dagelijks bestuur van de vereniging;

3. het dagelijks bestuur en de voorzitters van de bestuurscommissies vormen het algemeen bestuur van de vereniging;

4. van het verhandelde in elke bestuursvergadering wordt door de secretaris de notulen opgemaakt, die door de vergadering worden vastgesteld en door de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter en de secretaris worden ondertekend. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande omtrent de algemene vergadering bepaalt, is het oordeel van de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend;

5. bij huishoudelijke reglementen kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden aangegeven. Tevens kunnen adviescommissies ten behoeve van het bestuur worden ingesteld.

Bestuurstaak - Vertegenwoordiging

Artikel 11

1. behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging;

2. indien het aantal bestuursleden beneden de vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering te beleggen, waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt;

3. het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door bestuurscommissies die door het bestuur worden benoemd;

4. het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;

5. het bestuur behoeft daarenboven goedkeuring van de Algemene Vergadering voor besluiten tot:
  • het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende goederen;
  • het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend; het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder is begrepen het gebruikmaken van een aan de vereni­ging verleend bank­krediet.
  • het aangaan van gadingen:
  • het optreden in rechte, waaronder het voeren van arbitra­le pro­ce­dures, doch met uitzondering van het nemen van con­serva­toire maatregelen, die geen uitstel kunnen lijden;
  • het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkom­sten.
6. de vereniging wordt in en buiten rechte verte­gen­woordigd door het b­e­st­u­ur. Bovendien wordt de vereniging in en bui­ten rechte vertegen­woor­digd door:
  • de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter;
  • bij ontstentenis van de voorzitter of plaats­vervangend voorzit­ter door twee gezamenlijk handelende bestuursle­den.

Jaarverslag - Rekening en verantwoording

Artikel 12

1. het verenigingsjaar loopt van een januari tot en met een en dertig de­cem­ber van elk jaar;

2. het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit haar rechten en verplich­tingen worden gekend;

3. het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, zijn verslag uit en doet, onder overleg­ging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verant­woor­ding over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur;

4. de Algemene Vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie van ten­minste twee personen, die geen deel mo­gen uitmaken van het bestuur. De com­missie onderzoekt de reke­ning en verantwoording van het bestuur en brengt aan de Algemene Vergadering verslag van haar bevindingen uit;

5. vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzon­dere boekhoud­kundige kennis, dan kan de commissie van onder­zoek zich door een deskundige doen bijstaan, mits de kosten hiervan, het bedrag, door de Algemene Vergadering vast te stellen, niet te boven gaan. Het bestuur is ver­plicht aan de com­missie alle door haar gewens­te inlich­tin­gen te ver­schaf­fen, haar desgewenst de kas en de waar­den te vertonen en inza­ge van de boeken en bescheiden van de ver­eniging te geven;

6. de last van de commissie kan te allen tijde door de Algeme­ne Vergade­ring wor­den herroepen, doch slechts door de be­noe­ming van een andere com­missie;

7. het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3 tien jaar lang te bewaren.


Algemene Vergadering

Artikel 13

1. aan de Algemene Vergadering komen in de vereniging alle bevoegdhe­den toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen;

2. jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het vereni­gings­jaar, wordt een Algemene Vergadering - de jaarvergade­ring - gehouden. In de jaar­ver­gade­ring komen onder meer aan de orde:
  • Het jaarverslag en de rekening en verantwoor­ding be­doeld in artikel 12 met het verslag van de aldaar bedoelde com­missie;
  • De benoeming van de in artikel 12 genoemde com­missie voor het volgende verenigingsjaar;
  • Voorziening in eventuele vacatures;
  • Voorstellen van het bestuur of de leden, aange­kondigd bij de oproe­ping voor de vergadering.
3. andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het be­stuur dit wenselijk oordeelt;

4. voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenmin­ste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uit­brengen van één/­tiende gedeelte der stemmen verplicht tot het bij­een­roe­pen van een Algemene Vergade­ring op een termijn niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veer­tien dagen geen ge­volg wordt gege­ven, kunnen de verzoe­kers zelf tot die bijeen­roeping over­gaan door oproeping overeen­kom­stig artikel 17 of bij advertentie in het vereni­gings­blad.


Toegang en stemrecht

Artikel 14

1. toegang tot de Algemene Vergadering hebben alle gewone le­den, buiten­ge­wone leden, ereleden en leden van verdienste van de vereni­ging.
Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuurs­leden;

2. over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de Algemene Vergadering;

3. gewone leden van de vereniging hebben stemrecht. Elk lid heeft één stem;

4. een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemach­tigd ander lid uitbren­gen.
Een lid kan slechts één ander lid vertegenwoordigen.


Voorzitterschap - Notulen

Artikel 15

1. de Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging.
Bij ontstentenis of belet van de voorzitter, treedt zijn pla­ats­ver­vanger als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voor­zien, dan voorziet de verga­de­ring daarin zelve;

2. van het verhandelde in elke vergadering worden door de se­cre­ta­ris of waarne­mend secretaris of een ander door de voo­rzit­ter of waarnemend voorzitter daar­toe aangewezen per­soon notulen gemaakt, die door de vergadering worden vast­gesteld en door de voorzitter of de waarne­mend voorzit­ter en de secretaris wor­den ondertekend. Zij die een verga­de­ring bij­eenroepen kun­nen notarieel proces­verbaal van het verhan­delde doen opma­ken. De inhoud van de notulen of het pro­ces­verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.


Besluitvorming van de Algemene Vergadering

Artikel 16

1. het ter Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelf­de geldt voor de inhoud van een geno­men be­sluit voor zover gestemd werd over een niet schrifte­lijk vast­ge­legd voorstel;

2. wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerder­heid der verga­dering of, indien de stemming niet hoofdelijk of schriftelijk ge­schiedde, één stemgerech­tigde aanwezige dit verlangt.
Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspron­kelijke stemming;

3. voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle beslui­ten van de Algemene Vergadering genomen met ge­wo­ne meerder­heid van de uitgebrachte stemmen (het eerste gehele getal boven de helft);

4. blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitge­bracht;

5. indien bij een verkiezing van personen niemand de gewone meerder­heid heeft verkregen, heeft een tweede stemming pla­ats.
Heeft alsdan weer niemand de gewone meerderheid verkre­gen, dan vinden her­stemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de gewone meerderheid heeft verkre­gen, hetzij tussen twee perso­nen is gestemd en de stemmen staken.
Bij gemelde herstemming (waaronder niet is begrepen de tweede stem­ming) wordt telkens gestemd tussen de perso­nen, op wie bij de vooraf­gaande stemming is ge­stemd even­wel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het gering­ste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het minste aantal stemmen uitge­bracht op meer dan één persoon, dan wordt door de loting uitge­maakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. In geval bij stemming tussen twee personen de stemmen sta­ken, beslist het lot wie van beiden is gekozen;

6. indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkie­zingen van per­sonen, dan is het verworpen;

7. stemmingen over personen geschieden schriftelijk, doch ove­ri­gens ge­schie­den alle stemmen mondeling, tenzij de voor­zit­ter een schriftelij­ke stem­ming gewenst acht of één der stemge­rechtigden zulks voor de stem­ming verlangt. Schrifte­lij­ke stem­ming geschiedt bij ongetekende, geslo­ten brief­jes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemge­rech­tigde hoofdelijke stemming verlangt;

8. een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een ver­ga­dering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur geno­men, dezelf­de kracht als een besluit van de alge­me­ne vergadering;

9. zolang in een Algemene Vergadering alle leden aanwezig of vertegen­woordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden ge­no­men mits met algeme­ne stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot statuten­wij­zi­ging of ontbinding - ook al heeft geen oproe­ping pla­ats gehad of is deze niet op de voorgeschre­ven wijze ge­schied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergade­ring of een daarmee verband houdende for­ma­li­teit niet in acht genomen.


Bijeenroeping Algemene Vergadering

Artikel 17

1. de Algemene Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproe­ping geschiedt schriftelijk aan de adres­sen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in arti­kel 4. De termijn van oproeping bedraagt vier weken;

2. bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen ver­meld, onver­minderd het bepaalde in artikel 19.


Geldmiddelen

Artikel 18

De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de in artikel 7 bedoelde jaarlijkse bijdrage van de gewone leden en buitenge­wo­ne leden, voorts uit eventuele verkrijgin­gen ingevolge erf­stellin­gen, legaten en schenkingen en tenslotte eventuele an­dere toevallige baten.


Statutenwijziging

Artikel 19

1. in de statuten van de vereniging kan geen verandering wor­den ge­bracht dan door een besluit van de algemene vergade­ring, waartoe is opgeroe­pen met de medede­ling dat aldaar wijzigin­gen van de statuten zullen worden voorgesteld;

2. zij die de oproeping tot de Algemene Vergadering ter behan­de­ling van een voor­stel tot statutenwijziging hebben ge­daan, moe­ten tenminste 5 dagen voor de vergadering een af­schrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijzi­ging woordelijk is opge­no­men, op daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergade­ring wordt gehouden. Boven­dien wordt een afschrift als hier­voor bedoeld, aan alle leden toegezonden;

3. een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/d­erde van de uitge­brachte stemmen;

4. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat hiervan een notari­ële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid be­voegd.


Ontbinding

Artikel 20

1. de vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de Algeme­ne Vergade­ring. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vooraf­gaande artikel is van overeenkomstige toepas­sing, met dien verstande dat een meerderheid van drie/v­ier­de van het aantal geldig uitgebrachte stemmen vereist is;

2. het batig saldo na vereffening vervalt aan een instelling waar­van de doelstelling zoveel mogelijk overeenkomt met dat van de onderhavige vereniging en bij ge­breke daarvan een instel­ling welke de gezondheids­zorg in het algemeen dient.


Huishoudelijk reglement

Artikel 21

1. de Algemene Vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen;

2. het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statu­ten;

3. voor wijzigingen in het huishoudelijk reglement zijn de in de leden 1, 2 en 3 van artikel 19 genoemde procedures van toepas­sing.


Onvoorziene gevallen

Artikel 22

In alle gevallen waarin deze statuten niet voorzien en bij verschil over uitleg­ging van de bedoeling der onderscheiden artikelen beslist het bestuur, behou­dens beroep op de leden­vergadering.

Aldus gewijzigd d.d. 29 oktober 1999