Banner

Professioneel statuut

Inleiding
  1. Definities;
  2. Uitgangspunten;
  3. Plichten van de Arboverpleegkundige ten opzichte van de individuele werknemer;
  4. Plicht van de Arboverpleegkundige ten opzichte van de onderneming;
  5. Plichten van de Arboverpleegkundige ten opzichte van de eigen werkgever;
  6. Plichten van de eigen werkgever ten opzichte van de Arboverpleegkundige;
  7. Vorming integraal cliëntendossier;
  8. Kwaliteitsborging en bevordering;
  9. Professioneel handelen;
  10. Geschillen ten aanzien van het professioneel statuut;
  11. Geraadpleegde literatuur.

Inleiding
De Arboverpleegkundige werkzaam als eerstelijns Arbodeskundige slaagt er steeds meer in om zich als zelfstandig lid van een professioneel team binnen Arbodienstverlening te positioneren en neemt een steeds grotere rol in bij het begeleiden van individuele werknemers, zoals het organiseren van eigen spreekuren in het kader van verzuim-begeleiding. De actuele werkomgeving van de Arboverpleegkundige maakt het wenselijk om de onafhankelijkheid van de beroepsbeoefenaar, actief binnen een krachtenveld met verschillende belangen, helder te stellen. In navolging op de arbeidshygiënisten en de bedrijfsartsen heeft de Beroepsorganisatie Arboverpleegkunde (BAV) een professioneel statuut opgesteld waarin de onafhankelijkheid van de professionele beroepsbeoefenaar binnen genoemd krachtenveld wordt gewaarborgd. Naast ondersteuning van de professionele onafhankelijkheid, stelt het statuut eisen aan het functioneren van de Arboverpleegkundige. Het laat onverlet dat de Arboverpleegkundigen, evenals andere professionele deskundigen, opereren binnen het organisatorisch kader dat wordt gesteld door de organisatie waar zij in dienst zijn. De BAV meent dat de problematiek waar Arboverpleegkundigen mee te maken hebben vergelijkbaar is met die van de andere professionals die binnen de marktgeoriënteerde Arbo-omgeving actief zijn. Een gezamenlijk statuut met gedifferentieerde paragrafen heeft dan ook de voorkeur van de BAV. Op korte termijn bleek hiervoor onvoldoende draagvlak te zijn. Teneinde in de toekomst een krachtig gezamenlijk statuut te blijven nastreven, is in de uitwerking aansluiting gezocht bij het statuut van de bedrijfsarts. In de uitwerking zijn aanpassingen gepleegd die recht doen aan de specifieke situatie van de Arboverpleegkundige. Waarborging voor het slagen van het professioneel statuut in de praktijk wordt in de kern gevormd door het onverbrekelijk verbonden zijn van het professioneel statuut met het kwaliteitssysteem van de werkgever waarvan naleving een vereiste voor certificering is en het instellen van een geschillencommissie.

1. Definities
1.1 Onder Arboverpleegkunde wordt verstaan:
Een zelfstandige tak van de verpleegkunde binnen het veld van de extramurale gezondheidszorg specifiek gericht op de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de mens in relatie tot arbeid en de arbeidsomstandigheden.De beroepsuitoefening krijgt niet alleen gestalte in het herkennen, opsporen, analyseren en diagnostiseren van bedreigingen voor het gezond bestaan van de werkende mens, maar ook in het adviseren (beïnvloeden) van organisaties en mensen binnen organisaties opdat menselijke vermogens zo optimaal mogelijk worden benut met het oog op het in stand houden en bevorderen van gezondheid.Tenslotte kan de Arboverpleegkunde bijdragen aan de begeleiding van hen wier functioneren in de werkgemeeenschap, door een (dreigende) stoornis, bestaande handicap of de werksituatie zelf, belemmerd wordt.
1.2 Onder Arboverpleegkundige wordt verstaan:
de verpleegkundige, deskundig op het gebied van arbeid en gezondheid, die staat ingeschreven in het register van Arboverpleegkundigen, of de verpleegkundige die hiervoor in opleiding is.
1.3 Onder professionele onafhankelijkheid wordt verstaan:
de vrijheid van oordeelsvorming, handelen en advisering van de Arboverpleegkundige (gegeven de wettelijke kaders, de professionele standaard en de maatschappelijke normen en waarden) ten aanzien van de preventie van beroepsziekten en arbeidsgebonden aandoeningen en ten aanzien van de zorg voor het behoud en de bevordering van de gezondheid en arbeidsgeschiktheid. De professionele onafhankelijkheid heeft zowel betrekking op de individuele verpleegkundige-cli?nt-relatie als op de relatie met groepen cli?nten en (delen van) de onderneming.

2. Uitgangspunten
2.1 Het professioneel statuut van de Arboverpleegkundige is bedoeld om de professionele onafhankelijkheid van de Arboverpleegkundige op het terrein van Arbodienstverlening te waarborgen.
2.2 Het professioneel statuut is specifiek gericht op de beroepsuitoefening van de Arbo-verpleegkundige, maar is ook van toepassing op andere verpleegkundigen die werkzaam zijn binnen de Arbodienstverlening op het gebied van arbeid en gezondheid.
2.3 Alle verpleegkundigen, werkzaam in de functie van Arboverpleegkundige dan wel als zodanig werkzaamheden verrichtend op het gebied van arbeid en gezondheid dat van functioneren als Arboverpleegkundige mag worden gesproken, dienen geregistreerd te zijn als Arboverpleegkundige of daarvoor in opleiding te zijn.
2.4 Het professioneel statuut is onverbrekelijk verbonden met het kwaliteitssysteem van de werkgever van de Arboverpleegkundige.
2.5 De werkgever van de Arboverpleegkundige is eindverantwoordelijk voor de totale dienstverlening.
2.6 De Arboverpleegkundige maakt deel uit van een monodisciplinaire groep en is als zodanig medeverantwoordelijk voor de door die beroepsgroep geleverde zorg ( die gebaseerd is op competentie: bevoegd- en bekwaamheid) de goede samenwerking met andere geledingen van de gezondheidszorg en de ontwikkeling van het eigen vakgebied: de Arboverpleegkunde.
2.7 De Arboverpleegkundige maakt deel uit van een multidisciplinair team van beroeps-beoefenaars en is als zodanig medeverantwoordelijk voor het niveau van de Arbodienstverlening van dat team.

3. Plichten van de Arboverpleegkundige ten opzichte van de individuele werknemer
3.1 De Arboverpleegkundige is gehouden aan wettelijke regelingen, zoals de Wet Beroeps-uitoefening Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG), de Arbowet, de beroepscode voor Verpleging en Verzorging en de geheimhoudingsplicht.
3.2 De Arboverpleegkundige is werkzaam conform de richtlijnen en de standaarden van de BAV (zie artikel 9.3).
3.2 De Arboverpleegkundige is persoonlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn beroepsuitoefening, in het bijzonder van het professioneel verpleegkundig handelen (conform de Wet BIG).
3.4 De Arboverpleegkundige heeft een individuele verantwoordelijkheid voor de organisatie en de kwaliteit van de Arbodienstverlening.

4. Plicht van de Arboverpleegkundige ten opzichte van de onderneming
4.1 De Arboverpleegkundige dient zich niet alleen te richten op de individuele werknemer, maar ook op de bedrijfspopulatie als geheel en het totale zorgsysteem voor het arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid van de onderneming.

5. Plichten van de Arboverpleegkundige ten opzichte van de eigen werkgever
5.1 De Arboverpleegkundige handelt conform het professioneel statuut.
5.2 De Arboverpleegkundige onderschrijft de doelstellingen van de eigen werkgever voor zover die niet strijdig zijn met het professioneel statuut en/of relevante wetgeving.
5.3 De Arboverpleegkundige draagt bij aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de Arbo-dienstverlening en het voldoen aan de vereisten voor certificering van de dienstverlening.
5.4 De Arboverpleegkundige voert de dienstverlening uit in multidisciplinaire samenwerking.

6. Plichten van de eigen werkgever ten opzichte van de Arboverpleegkundige
6.1 De werkgever van de Arboverpleegkundige draagt er zorg voor dat de Arboverpleeg-kundige in staat is de verplichtingen die voortvloeien uit het professioneel statuut na te komen.
6.2 Het professioneel statuut dient onderdeel te zijn van het kwaliteitssysteem van de werkgever, waarvan naleving een vereiste voor certificering is.
6.3 De werkgever waarborgt dat contractafspraken met partijen niet strijdig zijn met het professioneel statuut.
6.4 De werkgever verschaft de Arboverpleegkundige zowel de benodigde tijd als de benodigde personele, instrumentele en ruimtelijke voorzieningen om het werk te verrichten. Dit conform algemene normen en waarden, welke gebruikelijk zijn binnen professionele Arbodienstverlening en professionele standaarden en richtlijnen van de Arboverpleeg-kundige.
6.5 De werkgever bevordert een laagdrempelige toegang tot de Arboverpleegkundige voor alle belanghebbenden.

7. Vorming integraal cliëntendossier.
7.1 De Arboverpleegkundige dient als verpleegkundige en als medewerker van een professionele organisatie het terzake gestelde in de Wet Bescherming Persoonsgegevens en vigerende privacyreglementen na te leven. De werkgever dient hiervoor de voorwaarden te scheppen.
7.2 Dossiervorming hoort te voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Wet Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst.

8. Kwaliteitsborging en bevordering.
8.1 De werkgever waarborgt de kwaliteit van het verpleegkundig handelen en het handhaven van de normen van de verpleegkundige ethiek door middel van het kwaliteitssysteem.
8.2 De werkgever draagt er zorg voor dat alle verpleegkundigen bij hem werkzaam op het terrein van arbeid en gezondheid binnen een periode van twee jaar na aanvang van het dienstverband in staat gesteld worden om, via de daartoe erkende opleidingen, een inschrijving te verwerven in het register van Arboverpleegkundigen.
8.3 De werkgever stelt de Arboverpleegkundige in de gelegenheid en de Arbo-verpleegkundige draagt zorg voor de deelname aan bij- en nascholing ter bevordering van de professionele deskundigheid en ten behoeve van de (her)registratie als Arboverpleegkundige.

9. Professioneel handelen.
Een aantal van de hieronder te noemen punten zijn reeds eerder in het Professioneel Statuut Arboverpleegkundige aan bod geweest. Gezien de importantie van het professioneel handelen kunnen zij hier niet ontbreken.
9.1 De Arboverpleegkundige is onafhankelijk in zijn professionele beroepsuitoefening en is persoonlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn handelen. Hij baseert zich hierbij op richtlijnen en standaarden van de beroepsgroep, die kunnen fungeren als inhoudelijke toetssteen van de professionele onafhankelijkheid.
9.2 De Arboverpleegkundige handelt conform terzake wettelijke kaders (o.a. Arbowet, WULBZ, Wet BIG) en door de BAV aanvaarde regelingen.
9.3 De Arboverpleegkundige oefent zijn functie uit conform het beroepsprofiel van de Arboverpleegkundige en de Beroepscode voor Verpleging en Verzorging.
9.4 Zolang de verpleegkundige, werkzaam in de Arbodienstverlening niet geregistreerd is als Arboverpleegkundige of daarvoor in opleiding is, werkt diegene onder supervisie van een geregistreerde Arboverpleegkundige.
9.5 De Arboverpleegkundige neemt deel aan intercollegiale toetsing.
9.6 Bij ziekteverzuim van werknemers heeft de Arboverpleegkundige een begeleidende taak. Onderhandelen over de arbeidsgeschiktheid/-ongeschiktheid en het geven van adviezen die bijdragen aan werkhervatting vormen daarin een essentieel onderdeel.

10. Geschillen ten aanzien van het professioneel statuut.
10.1 Door de BAV en de Branche Organisatie Arbodiensten (BOA) dient een geschillen-commissie te worden samengesteld voor het beoordelen en uitwerken van geschillen die samenhangen met het professioneel statuut. Deze commissie krijgt tot taak de artikelen van het professioneel statuut te interpreteren en uit te leggen.
10.2 De geschillencommissie bestaat uit vier leden waarvan twee door de BAV en twee door de BOA benoemd zijn. Deze leden benoemen op hun beurt een onafhankelijke voorzitter.
10.3 De geschillencommissie stelt een reglement op die de instemming nodig heeft van de BAV en de BOA.
10.4 De geschillencommissie doet een uitspraak wanneer een belanghebbende daarom vraagt. De BAV en de BOA beschouwen de adviezen van deze commissie als zwaarwegend.

Geraadpleegde literatuur
Boeije, H.R., Van den Dungen, A.W.L., Pool, A., Grypdonck, M.H.F., Van Lieshout, P.A.H.,
Een verzorgde toekomst, toekomstscenario voor verpleging en verzorging, Utrecht, 1997.

Branche Organisatie Arbodiensten,
Professioneel Statuut BOA, 1996.

Doorn, M.E. van, Drs.,
Profiel '97: Arboverpleegkundige, een verpleegkundig specialist breed inzetbaar in de Arbozorg, Riodruk, Rotterdam, augustus 1997.

International Council of Nurses,
De waarde van verplegen in een veranderende wereld, Elsevier/De Tijdstroom, Maarssen, 1998.

Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde,
Professioneel statuut van de Bedrijfsarts, april 1997.

Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne,
Code van beroep, mei,1998