Commentaar op het advies ‘Taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts in het kader van de
1
Commentaar op het advies ‘Taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts in het kader van de
verzuimbegeleiding en re-integratie.’
Mw. Mr. A.M.(Rian) Buijse
Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging
Utrecht, 9 april 2010
Inleiding
De Beroepsorganisatie Arboverpleegkunde (BAV) heeft het LEVV gevraagd een juridische reactie te geven op
het door KNMG consult ten behoeve van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde
(NVAB) opgestelde advies ‘Taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts in het kader van de
verzuimbegeleiding en re-integratie.’ De BAV vindt dat in dit advies geen recht gedaan wordt aan het gegeven
dat een Arboverpleegkundige een zelfstandig werkende beroepsbeoefenaar is met eigen verantwoordelijkheden.
Gelet op de beschikbare tijd voor het opstellen van dit commentaar, waaronder het doornemen van relevante
literatuur, is mijn commentaar beperkt tot een aantal hoofdpunten. Ik heb mij daarbij gericht op onduidelijkheden
en onjuistheden in het advies, bezien vanuit de juridische positie van de Arboverpleegkundige Deze positie is
beschreven in het gelijknamige document d.d. 9 april 2010 (Buijse 2010).
Puntsgewijs commentaar
1. pag. 7
In het advies wordt in § 2.1 en 2.2 van hoofdstuk 2 het juridisch kader beschreven. De conclusie eindigt met de
volgende zin:
“Waar een werkgever kiest voor bijstand door een arbodienst, zal deze arbodienst de bijstand aan de
werkgever in het kader van de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid
te verrichten door een bedrijfsarts dienen te laten verrichten. Geschiedt de begeleiding binnen de
arbodienst feitelijk door anderen dan geschiedt deze op basis van delegatie onder verantwoordelijkheid
van de bedrijfsarts. (Zie ook hierna hoofdstuk 3.)”
Commentaar:
De Arbowet eist in artikel 14 dat de werkgever bijstand vraagt van een bedrijfsarts bij de volgende taken:
ziekteverzuimbegeleiding, begeleiding bij re-integratie, het periodiek arbeidsgeneeskundig onderzoek (PAGO) en
de aanstellingskeuring.
Wat de bijstand en de genoemde taken concreet inhouden blijkt niet uit deze bepaling. Volgens de Arboregeling
(artikel 2.2, 2.3 en 2.4) moet de bedrijfsarts of de arbodienst vastleggen op welke wijze de in artikel 14 Arbowet
genoemde taken uitgevoerd dienen te worden en welke procedures daarbij gevolgd moeten worden. De Arbowet
sluit niet uit dat een arbodienst of bedrijfsarts bij deze uitwerking concrete onderdelen van de wettelijke taken kan
toebedelen aan anderen zoals arboverpleegkundigen. Daarnaast kan een bedrijfsarts altijd besluiten om een
specifieke taak op- of over te dragen (delegeren) aan een arboverpleegkundige. Hij zal daarbij uiteraard rekening
moeten houden met het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige en haar deskundigheid en bekwaamheid.
Dat volgens de aangehaalde passage de begeleiding op basis van delegatie geschiedt onder
verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts is een toevoeging die niet voortvloeit uit wet- en regelgeving. Omdat niet
duidelijk is op welke jurisprudentie het advies is gebaseerd kan ik niet beoordelen of en in hoeverre de toevoeging
gebaseerd is op uitspraken van de tuchtrechter. Ik kan mij voorstellen dat de tuchtrechter een bedrijfsarts
verantwoordelijk houdt voor het al of niet inschakelen van anderen bij de uitvoering van zijn taken, voor de
afstemming en coördinatie, en voor de wijze waarop de bedrijfsarts zijn taken overdraagt. Dat de tuchtrechter een
bedrijfsarts ook verantwoordelijk acht voor de wijze waarop een arboverpleegkundige de aan haar overgedragen
taken uitvoert betwijfel ik. Een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg is verantwoordelijk voor zijn eigen doen
en laten. Dit impliceert dat de arts verantwoordelijk is voor de delegatie van taken (waaronder de beoordeling of
dit verantwoord is) en dat de arboverpleegkundige verantwoordelijk is voor de wijze waarop zij de gedelegeerde
taken uitvoert (en dus ook voor eventuele nalatigheden en fouten). De ‘verlengde arm constructie’ waarbij de arts
verantwoordelijk was voor het doen en laten van de verpleegkundige op geneeskundige gebied is met de komst
van de Wet BIG niet meer aan de orde.
2
2. pag. 7
In het advies wordt verwezen naar professionele normen van de beroepsgroep die de taken nader invullen en
inkleuren. Deze normen gelden voor de bedrijfsarts. Omgekeerd zullen de professionele normen van de
arboverpleegkundige de taakvervulling door de arboverpleegkundige invullen en inkleuren.
Het is mogelijk dat er sprake is van conflicterende normen. Dit zal in onderling overleg besproken en opgelost
moeten worden.
Een beroepsgroep kan de eigen normen niet aan anderen opleggen. Wel is denkbaar dat een arbodienst een
professioneel statuut van een beroepsgroep of onderdelen daaruit overneemt en van alle werknemers verlangt
om zich aan de betreffende regels te houden. Uiteraard is het van belang dat een arbodienst die zowel het
professioneel statuut van de bedrijfsarts als het professioneel statuut van de arboverpleegkundige omarmt er voor
zorgt dat eventuele conflicterende aspecten opgelost worden.
3. pag. 8
Hoofdstuk 3 (Uitvoering van taken bedrijfsarts door anderen?: In opdracht!) begint met de volgende passage:
“Wet- en regelgeving stellen dat de bedrijfsarts de professional is, die de eindverantwoordelijkheid
heeft voor de arbeidsgezondheidskundige advisering. Taken die door wet/ en of regelgeving
uitsluitend aan de bedrijfsarts zijn toegekend kunnen alleen door anderen worden uitgeoefend, als zij
hiertoe van de bedrijfsarts een opdracht hebben gekregen. Hoe een dergelijke opdracht moet worden
gekwalificeerd is mede afhankelijk van de persoon aan wie de opdracht door de bedrijfsarts wordt
verstrekt.”
Commentaar
Het is niet juist dat in de Arboregelgeving gesteld is dat de bedrijfsarts de professional is, die de
eindverantwoordelijkheid heeft voor de arbeidsgezondheidskundige advisering.
Sowieso heeft de aanduiding ‘arbeidsgezondheidskundige advisering’ mijns inziens een ruimere strekking dan de
bijstand die de bedrijfsarts op grond van de Arbowet aan de werkgever moet verlenen. Verder komt het begrip
‘eindverantwoordelijkheid’ niet voor in de Arboregelgeving. Zonder nadere toelichting is niet duidelijk wat in het
advies met dit begrip bedoeld wordt. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg heeft over
‘eindverantwoordelijkheid’ het volgende opgemerkt:
“Het begrip (eind)verantwoordelijkheid hangt […] samen met de interne organisatiestructuur en heeft als zodanig
geen juridische betekenis. Deze conclusie wordt bijvoorbeeld onderstreept in de toelichting op het Besluit
opleidingseisen en deskundigheidsgebied huidtherapeut, waarin staat: ‘Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt
dat de arts in het kader van zijn behandelbeleid – waarvoor hij de eindverantwoordelijkheid heeft –
verantwoordelijk is voor de verwijzing van iemand naar de huidtherapeut, doch dat de huidtherapeut zelf
verantwoordelijkheid draagt voor zijn eigen handelen’. De arts kan niet aansprakelijk worden gesteld voor een
door de huidtherapeut gemaakte fout, tenzij deze fout te wijten zou zijn aan de onjuistheid van door de arts
verstrekte gegevens (Staatsblad 2002, 528, blz. 6). Eindverantwoordelijkheid voor de medische behandeling
betekent niet dat de organisatie geen regels mag stellen, die een andere verdeling van taken tussen
beroepsbeoefenaren inhouden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een uitspraak van de kantonrechter in Schiedam.
(Kantonrechter Schiedam , 20 februari 1996). De arts/werknemer was het niet eens met het feit, dat
consultatiebureau-artsen een aantal vaccinaties uit het zogenoemde Rijksvaccinatieprogramma aan
wijkverpleegkundigen hadden gedelegeerd. De arts beriep zich daarbij op de medisch professionele autonomie.
Dat beroep is door de rechter niet gehonoreerd, omdat het in geding zijnde protocol door de rechter naar
objectieve maatstaven bezien als een redelijk instrument werd beoordeeld.”
14. pag. 8
In 3.1 (Verwijzen) en 3.2 (Delegeren) staat het volgende:
Samenvattend kan worden gesteld dat de bedrijfsarts ingeval van een verwijzing naar een andere
deskundige, met een deskundigheid die buiten het deskundigheidsgebied van de bedrijfsarts valt, geen
inhoudelijke verantwoordelijkheid draagt voor de door de deskundige verrichte handelingen. Wel blijft
de bedrijfsarts eindverantwoordelijke voor het geheel van de arbeidsgezondheidskundige advisering,
de afstemming van de diverse onderdelen daarvan en de daarop gebaseerd adviezen aan werkgever en
werknemer.
[…]
De verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts ligt anders als de bedrijfsarts onderdelen van zijn of haar
medische taken, die liggen op het eigen deskundigheidsgebied, in het kader van de
verzuimbegeleiding overdraagt aan anderen.
[…]
Bij het overdragen van een deel van de eigen taken aan anderen krijgen deze anderen geen volledig
zelfstandige bevoegdheid. De anderen voeren een deel van de eigen taken van de bedrijfsarts uit, maar
werken onder instructie, begeleiding én verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts. Te denken valt aan
een bedrijfsverpleegkundige die de begeleiding van zieke werknemers met een bepaald minder
1
RVZ. Taakherschikking3
complex ziektebeeld verricht. Deze overdracht van taken noemen we delegatie.
Commentaar
Zie wat betreft het begrip ‘eindverantwoordelijkheid’ mijn commentaar bij pt. 4.
In de aangehaalde passages wordt onderscheidt gemaakt tussen de verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts bij
het verwijzen naar een andere deskundige met een deskundigheid die buiten het deskundigheidsgebied van de
bedrijfsarts ligt en de verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts bij het overdragen van taken die binnen het
deskundigheidsgebied van de bedrijfsarts liggen. In de eerste situatie is de arts volgens het advies niet meer
inhoudelijk verantwoordelijk, in de tweede situatie blijft hij inhoudelijk verantwoordelijk omdat degenen die taken
overgedragen krijgen geen volledige zelfstandige bevoegdheid krijgen.
Drie opmerkingen naar aanleiding hiervan:
- Het onderscheid tussen de verantwoordelijkheden in de ene en in de andere situatie is merkwaardig; het is niet
gebaseerd op wet- en regelgeving en waarschijnlijk evenmin op tuchtrechtspraak (zie het commentaar bij pt. 1).
- De constatering dat de bedrijfsarts die eigen taken overdraagt inhoudelijk verantwoordelijk blijft wordt niet
onderbouwd en is mijns inziens niet houdbaar (zie het commentaar bij pt.1). Afgezien daarvan zou de redenering
er onder andere op neer komen dat een huisarts die een aantal eigen taken overdraagt aan een bedrijfsarts
inhoudelijk verantwoordelijk blijft voor de wijze waarop de bedrijfsarts die overgedragen taken uitvoert.
- De constatering dat degene die taken van de bedrijfsarts overgedragen krijgt geen volledige zelfstandige
bevoegdheid krijgt is niet gebaseerd op wet- en regelgeving en eveneens merkwaardig. In het kader van de uitleg
van de Wet BIG wordt de aanduiding ‘zelfstandig bevoegd’ gebruikt voor de bevoegdheid van de arts om op
eigen gezag een voorbehouden handeling uit te voeren (uiteraard mits bekwaam). Degene die een voorbehouden
handeling in opdracht van een arts uitvoert en de voorwaarden in acht neemt is óók bevoegd, zij het niet
’zelfstandig’: men mag niet op eigen gezag handelen (oftewel de indicatie stellen). Het adjectief ‘volledig’ is niet
aan de orde. Men kan niet gedeeltelijk ‘zelfstandig bevoegd’ zijn. In dit licht bezien is het wat bedoeld wordt met
‘geen volledige zelfstandige bevoegdheid’. Zonder nadere toelichting is de constatering mijns inziens niet
bruikbaar.
5. pag. 10
In de standpunten van de NVAB m.b.t. delegatie staat:
1a. Bij delegatie aan een op grond van artikel 3 Wet BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar is sprake van een
beslis- en interpretatieruimte binnen de grenzen van diens deskundigheidsgebied.
1b. Bij delegatie aan een ander zonder BIG-registratie is sprake van een situatie van een opdracht zonder eigen
beslis- en interpretatieruimte.
Commentaar
In het advies wordt wat betreft de standpuntbepaling met betrekking tot delegatie onder andere verwezen naar
tuchtrechtelijke jurisprudentie. In hoeverre de jurisprudentie dient te leiden tot de beschreven standpunten kan ik
niet beoordelen. Niet duidelijk is om welke uitspraken het gaat, nog afgezien van het feit dat die jurisprudentie
volgens het advies betrekking heeft op de relatie huisarts-doktersassistente,
Standpunt 1a is van toepassing op alle beroepsbeoefenaren, niet alleen op de artikel 3 beroepen; wel geldt
daarbij dat de beslis- en interpretatieruimte beperkt kan zijn door wettelijke en andere regels, de uitwerking
daarvan en interne afspraken.
Nb: Standpunt 1a impliceert dat er bevoegdheden overgedragen worden en dat de bedrijfsarts niet inhoudelijk
verantwoordelijk is voor de door de ander uitgevoerde gedelegeerde taken. Onduidelijk is hoe dit te rijmen valt
met de hierboven bij punt 4 aangehaalde passages uit het advies.
Standpunt 1b wordt niet ondersteund door wet- en regelgeving of jurisprudentie.
Het standpunt dat de kennis en bekwaamheid van degene aan wie taken overgedragen worden getoetst moet
worden is een logisch uitvloeisel van het feit dat een beroepsbeoefenaar zorgvuldig moet handelen. Hoe de
toetsing plaats vindt en wat er in protocollen vastgelegd moet worden, zullen beroepsbeoefenaren en
zorginstelling (of de arbodienst) zelf vast moeten stellen.
6. pag. 14
“
taken, ook als deze taken in de dagelijkse uitvoering (in hoofdzaak) door een niet-bedrijfsarts worden uitgevoerd.”
[…]
De tuchtrechter houdt de bedrijfsarts voor de uitvoering van deze wettelijke taken verantwoordelijk, ook als deze
in de praktijk door anderen (zoals een casemanager) zijn verricht.
De tuchtrechter houdt de bedrijfsarts dan ook verantwoordelijk voor juiste nakoming en uitvoering van dezeCommentaar
Omdat niet duidelijk is op welke uitspraken men zich baseert is het niet mogelijk na te gaan of deze
constateringen terecht zijn. Zie verder mijn commentaar bij punt 1.
4
Conclusies
Het advies bevat de nodige onduidelijkheden door het gebruik van begrippen die multi-interpretabel zijn, maar
niet toegelicht worden. Daarnaast is in verschillende onderdelen van het advies sprake van een onjuiste
interpretatie en een te ruime uitleg van de wet- en regelgeving. Tenslotte is de visie dat een bedrijfsarts
inhoudelijk verantwoordelijk is voor het doen en laten van degenen aan wie hij taken overgedragen heeft niet
zonder meer houdbaar.
Literatuur
BAV. Beroepsdeelprofiel Arboverpleegkundige. Utrecht: AVVV; 2004
Buijse AM. De juridische positie van de Arboverpleegkundige. Utrecht: LEVV; 2010
Doppegieter RMS, Willems JHBM. Behandelen door de bedrijfsarts. Mogelijkheden en knelpunten. Utrecht:
KNMG; 2007
Meer HCB, Willems JHBM. Taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts in het kader van de
verzuimbegeleiding en re-integratie. Verslag van een onderzoek door KNMG-consult in opdracht van NVAB.
Utrecht: KNMG; 2009
Raas GPM, Lint MW de. Juridische aspecten van taakherschikking in de gezondheidszorg. Achtergrondstudies
uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg bij het advies Taakherschikking in de
gezondheidszorg. Zoetermeer: RVZ; 2002
Login
Laatste Nieuws
- Nieuwsbrief niet gekregen???
- Training "Gedragscommunicatie op het werk" - okt/nov 2010
- Nieuwe NHC website www.hepatitis.nl
- Medilex Congres "Regie in eigen handen" - 9 nov. 2010
- Agenda NSPOH modulen
- Uitnodiging BGR bijscholing "Huiselijk Geweld" - 13 okt. 2010
- Nieuwsbrief EMERGOS - augustus 2010
- FOHNEU President's Update - mei 2010
