De juridische positie van de Arboverpleegkundige
De juridische positie van de Arboverpleegkundige
Mw. Mr. A.M.(Rian) Buijse
Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging
Utrecht, 9 april 2010
Aanleiding
De Beroepsorganisatie Arboverpleegkunde (de BAV) heeft in maart 2010 het LEVV verzocht de juridische positie
van de Arboverpleegkundige te beschrijven met het oog op het verduidelijken van de relatie en samenwerking
met de bedrijfsarts. Aanleiding hiervoor is het door KNMG-consult ten behoeve van de NVAB opgestelde advies
‘Taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts in het kader van de verzuimbegeleiding en re-integratie.’
(KNMG 2009).
1. Inleiding
In een beschrijving van de juridische positie van de Arboverpleegkundige staat de vraag centraal wat ‘het recht’
hierover zegt. In eerste instantie gaat het daarbij om normen in wet- en regelgeving die van belang zijn voor de
uitoefening van het verpleegkundig beroep. De positie van de Arboverpleegkundige wordt daarnaast bepaald
door de wijze waarop wettelijke regels en normen uitgewerkt worden, door de inhoud van een arbeids- of
opdrachtovereenkomst, de taak-/functieomschrijving, instellingsregels, interne afspraken etc.
2. Wet- en regelgeving
De belangrijkste wet voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg is de Wet op de Beroepen in de
Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). Voor Arboverpleegkundigen is daarnaast van belang de
Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit, de Arboregeling en de Regeling Procesgang
eerste ziektejaar. Twee andere relevante wetten zijn de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
(WGBO) en de Kwaliteitswet Zorginstellingen.
A. De Wet BIG
Beroepsuitoefening vóór en na de komst van de Wet BIG
Tot de komst van de Wet BIG in 1993 waren op grond van de Wet Uitoefening Geneeskunst (WUG) alleen artsen
bevoegd om medische handelingen te verrichten. In de praktijk verrichtten verpleegkundigen echter in
toenemende mate medische handelingen, echter zonder daartoe bevoegd toe te zijn. Om dit probleem op te
lossen creëerde de Hoge Raad de ‘verlengde arm’ constructie: de verpleegkundige werd bij het uitvoeren van
medische handelingen gezien als de verlengde arm van de arts. De handeling werd als het ware toegerekend
aan de arts. Dit bracht met zich mee dat de arts verantwoordelijk werd voor het medisch handelen van
verpleegkundigen en daarmee ook voor door verpleegkundigen gemaakte fouten.
De verlengde arm constructie is met de komst van de Wet BIG niet meer aan de orde omdat door deze wet het
verbod op de uitoefening van de geneeskunst opgeheven is. Op grond van de Wet BIG mag iedereen
handelingen verrichten op het gebied van de individuele gezondheidszorg (inclusief geneeskundige handelingen)
met uitzondering van de zogenaamde voorbehouden handelingen.
In de Wet BIG zijn waarborgen gecreëerd die er voor moet zorgen dat de patiënt een beroep kan doen op
deskundige hulpverleners. Met het oog hierop regelt de Wet BIG een aantal beroepen in de gezondheidszorg: de
zogenaamde ‘artikel 3’ en ‘artikel 34’ beroepen. Het bij deze beroepen horende deskundigheidsgebied en de
opleidingseisen zijn wettelijk vastgelegd en er is aan het beroep een titel verbonden. Voor de ‘artikel 3 beroepen‘
waaronder artsen en verpleegkundigen, geldt dat zij hun titel alleen mogen voeren als zij ingeschreven zijn in het
BIG-register; voor de artikel 34 beroepen (diverse paramedici en de ziekenverzorgende IG) geldt dat zij de titel
mogen voeren als zij de opleiding met goed gevolg afgerond hebben. Naast een voorlichtende functie voor de
patiënt heeft de inschrijving in het BIG-register als effect dat de arts zelfstandig bevoegd is om voorbehouden
handelingen te verrichten (zie hieronder) en dat de BIG geregistreerde onder het tuchtrecht valt. Verder betekent
het feit dat het deskundigheidsgebied wettelijk vastgelegd is, dat beroepsbeoefenaren alleen in noodsituaties
buiten hun deskundigheidsgebied mogen treden. Een verpleegkundige die buiten noodzaak buiten haar
deskundigheidsgebied treedt is strafbaar.
Deskundigheidsgebied verpleegkundige
Artikel 33 Wet BIG luidt:
Tot het gebied van deskundigheid van de verpleegkundige wordt gerekend:
a. het verrichten van handelingen op het gebied van observatie, begeleiding, verpleging en verzorging;
b. het ingevolge opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg
verrichten van handelingen in aansluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden.
Uit deze omschrijving zou geconcludeerd kunnen worden dat verpleegkundigen altijd een opdracht van een arts
nodig hebben voor de in lid b genoemde handelingen. Echter, uit de Memorie van Toelichting bij het artikel blijkt
dat de omschrijving niet onder alle omstandigheden van toepassing is: “Deze omschrijving geldt voor de
beroepsuitoefening van een verpleegkundige in algemene zin en niet voor specifieke functies die door bepaalde
beroepsbeoefenaren, eventueel na het gevolgd hebben van een aanvullende opleiding, kunnen worden vervuld.”
(Kamerstukken 19522 nr. 3, p. 108).
Het deskundigheidsgebied van een verpleegkundige kan dus verder reiken dan de omschrijving in de Wet BIG.
Wat een (arbo)verpleegkundige kan en mag doen zal verder afhangen van de concrete deskundigheden en
omstandigheden. Wel geldt altijd de in de Wet BIG opgenomen voorbehouden handelingen regeling.
Voorbehouden handelingen
Voorbehouden handelingen zijn handelingen die onverantwoorde risico’s voor patiënten kunnen opleveren als ze
door ondeskundigen worden uitgevoerd. In de Wet BIG staan veertien categorieën voorbehouden handelingen.
Bekende voorbeelden zijn heelkundige handelingen, injecties, catherisaties en puncties. Nb: Voorbehouden
handelingen zijn risicovolle handelingen, maar niet iedere risicovolle handeling is ook een voorbehouden
handeling. Het stellen van een diagnose en het geven van adviezen zijn geen voorbehouden handelingen.
Iedereen mag deze handelingen verrichten. Wel geldt voor beroepsbeoefenaren in de zorg dat zij daarbij binnen
hun deskundigheidsgebied moeten blijven en deskundig en bekwaam horen te handelen.
Aan het verrichten van voorbehouden handelingen stelt de Wet BIG specifieke voorwaarden.
Een arts (en tandarts of verloskundige) is ‘zelfstandig bevoegd’ om een voorbehouden handeling te verrichten. Dit
wil zeggen dat hij de handeling op eigen gezag mag verrichten oftewel de indicatie mag stellen. De arts mag een
voorbehouden handeling opdragen aan anderen; het maakt daarbij niet uit of die ander BIG-geregistreerd is. Hij
moet daarbij als het redelijkerwijs nodig is aanwijzingen geven, toezicht houden en de mogelijkheid van
tussenkomst verzekeren. Verder moet hij er redelijkerwijs van overtuigd zijn dat de opdrachtnemer bekwaam is.
De opdrachtnemer zoals een verpleegkundige of verzorgende mag alleen handelen in opdracht, ze moet
aanwijzingen opvolgen en ze moet zichzelf bekwaam achten. Voor een aantal handelingen (injecties, puncties en
blaascatheterisaties) geldt dat een verpleegkundige ze ‘functioneel zelfstandig’ uit mag voeren. Dit houdt in dat
toezicht en tussenkomst door een arts niet nodig zijn.
Een verpleegkundige die zich houdt aan de voorwaarden uit de Wet BIG is bevoegd om de voorbehouden
handeling uit te voeren.
Hiërarchie
De Wet BIG zegt niets over een eventuele hiërarchische relatie tussen arts en verpleegkundige. Een arts die
tevens de werkgever is van een verpleegkundige kan uiteraard als werkgever opdrachten geven. Is die relatie er
niet dan kan het geven en opvolgen van opdrachten geregeld zijn in een opdrachtovereenkomst,
instellingsafspraken, een arbeidscontract, een taak- functieomschrijving etc.
B. ARBO regelgeving
In de ARBO regelgeving komt de rol en positie van de verpleegkundige niet aan de orde. Wel eist de Arbowet in
artikel 14 dat de werkgever bijstand vraagt van een bedrijfsarts bij de volgende taken: ziekteverzuimbegeleiding,
begeleiding bij de re-integratie, het periodiek arbeidsgeneeskundig onderzoek (PAGO) en de aanstellingskeuring.
In de Arboregeling is in artikel 2.2, 2.3 en 2.4 vastgelegd dat de bedrijfsarts of de arbodienst moet vastleggen op
welke wijze de taken uitgevoerd worden, welke procedures daarbij gevolgd worden, hoe omgegaan wordt met de
verzuimgegevens van de werknemer en op welke wijze de persoonlijke levenssfeer van individuen is
gewaarborgd. De vraag in hoeverre en op welke wijze arboverpleegkundigen betrokken worden bij de uitvoering
van deze taken hangt dus af van de afspraken die daarover door de bedrijfsarts of de arbodienst worden
gemaakt.
C. WGBO
De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de rechten van de patiënt en de
plichten van de hulpverlener in het kader van een geneeskundige behandelingsovereenkomst.
De belangrijkste rechten van de patiënt zijn:
- recht op informatie en toestemmingsvereiste;
- recht op geheimhouding;
- recht op bescherming van de privacy;
- recht op inzage in het dossier.
Op het terrein van de arbeidsomstandigheden is geen sprake van een geneeskundige
behandelingsovereenkomst tussen een arts (of een zorginstelling) en een patiënt, maar de WGBO regels zijn in
3
principe wel van toepassing op de arbozorg. Dit betekent dat een Arboverpleegkundige de rechten van de patiënt
moet honoreren en relevante gegevens moet noteren in een dossier. Verder moet ze handelen als een goed
hulpverlener en daarbij haar professionele standaard in acht nemen (zie voor een gedetailleerde uitleg van de
(toepasselijkheid van de) WGBO regels in het kader van de arbozorg Doppegieter en Willems, 2007)
D. Kwaliteitswet Zorginstellingen
In de Kwaliteitswet zorginstellingen is vastgelegd dat een zorginstelling verantwoorde zorg moet leveren. Dit is
zorg van goed niveau, doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht en afgestemd op de reële behoeften van de
patiënt. Een zorginstelling moet zorgen voor kwalitatief en kwantitatief voldoende personeel en voor een goede
verdeling van de verantwoordelijkheden. Verder moet de zorginstelling beschikken over een kwaliteitssysteem en
ieder jaar een kwaliteitsjaarverslag uitbrengen.
Een Arbodienst valt niet onder de Kwaliteitswet. De Arbowet stelt echter kwaliteitseisen aan de bedrijfsarts of de
arbodienst die de werkgever voor bepaalde taken verplicht in moet schakelen.
Als een arboverpleegkundige in dienst is van een zorginstelling, is de Kwaliteitswet van toepassing in die zin dat
de zorginstelling er voor moet zorgen dat de instelling voldoet aan de gestelde normen.
Voor een zelfstandig gevestigde arboverpleegkundige geldt artikel 40 Wet BIG. Dit artikel stelt kwaliteitseisen aan
vrijgevestigde beroepsbeoefenaren die vergelijkbaar zijn met de eisen uit de Kwaliteitswet.
3. Niet-wettelijk normen en regels
De juridische positie en de handelingsruimte van verpleegkundigen hangt niet alleen af van de rechten, plichten
en bevoegdheden die in wet- en regelgeving vastgelegd zijn. Het hangt ook af van de wijze waarop de arbodienst
en/of de bedrijfsarts de verplichte bijstand concretiseert en vastlegt in bevoegdheden en taken, van de
arbeidsovereenkomst, taak-/functieomschrijving, instellingsregels, interne afspraken etc. Daarnaast kan sprake
zijn van bevoegdheden en taken die niet gebaseerd zijn op aanwijsbare regels maar op historisch gegroeide
situaties. Dit kan er toe leiden dat verpleegkundigen op grond van de Wet BIG bevoegd zijn bepaalde
handelingen uit te voeren, maar dat hen op grond van andere regels en afspraken (of een gegroeide praktijk) die
bevoegdheid ontzegd wordt.
4. Bevoegdheid en zelfstandigheid
De Wet BIG heeft het verbod op het uitoefenen van de geneeskunst opgeheven. De enige bevoegdheid die de
Wet BIG regelt betreft de voorbehouden handelingen. Voor alle andere handelingen geldt dat
beroepsbeoefenaren volgens de Wet BIG bevoegd zijn om ze uit te voeren als ze binnen hun
deskundigheidsgebied blijven en deskundig en bekwaam handelen.
Bevoegd zijn wil echter niet zeggen dat beroepsbeoefenaren ook volledig zelfstandig oftewel onafhankelijk
kunnen handelen en beslissen binnen het eigen deskundigheidsgebied. De zelfstandigheid wordt niet alleen
beperkt door bevoegdheden en taken die in wet- en regelgeving exclusief toegekend zijn aan specifieke
beroepsbeoefenaren. Hij kan ook beperkt worden door niet-wettelijke regels en afspraken en de wijze waarop
betrokkenen de regels en afspraken concretiseren. Een voorbeeld is de door de Arbowet verplicht gestelde
bijstand van de bedrijfsarts in het kader van het ziekteverzuim- en re-integratiebeleid en de uitwerking daarvan
door de bedrijfsarts of de Arbodienst.
5. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
Beroepsbeoefenaren hebben verantwoordelijkheden en dienen daarover desgevraagd verantwoording af te
leggen. Naast de vraag hoe de verantwoordelijkheden verdeeld zijn (of zouden moeten worden) speelt in de zorg
ook de vraag of en in hoeverre een beroepsbeoefenaar die de (eind)verantwoordelijkheid heeft ook
verantwoordelijk is voor het doen en laten van andere beroepsbeoefenaren.
In een discussie over verantwoordelijkheden is het van belang vast te stellen wat de betekenis is van
‘verantwoordelijkheid’. Het begrip ‘verantwoordelijkheid’ kan inhouden dat men bepaalde taken heeft (‘het is mijn
verantwoordelijkheid om …’), maar het kan ook duiden op de plicht om verantwoording af te leggen over het
handelen.
Als ‘verantwoordelijkheid’ gedefinieerd wordt als ‘het hebben van bepaalde taken’ wil dat nog niet zeggen dat
men deze taken zelf uit moet voeren. Doet men dat wel dan ligt het voor de hand dat men voor die uitvoering
‘verantwoordelijk’ is: men moet zich daarover zo nodig verantwoorden.
Taken kunnen in principe over- of opgedragen (gedelegeerd) worden aan anderen. Dan ligt het voor de hand dat
men verantwoordelijk is voor de wijze waarop dat gebeurd en dat men daarop aangesproken kan worden. Maar:
of men ook verantwoordelijk is voor de wijze waarop
In de gezondheidszorg geldt dat een beroepsbeoefenaar verantwoordelijk is voor zijn eigen doen en laten. Een
arts of verpleegkundige is verantwoordelijk voor de wijze waarop men de eigen taken (‘verantwoordelijkheden’)
uitvoert en voor het op- of overdragen van taken (waaronder de beoordeling of een overdracht verantwoord is)
aan andere beroepsbeoefenaren. Degene die de op- of overgedragen taken uitvoert is zelf verantwoordelijk voor
de ander de gedelegeerde taken uitvoert is de vraag.4
het overnemen en een juiste uitvoering van de taak. Tenzij men daar andere afspraken overmaakt. De arts is niet
verantwoordelijk voor de wijze waarop de verpleegkundige de gedelegeerde taak uitvoert, ook niet in de situatie
waarin een arts ‘eindverantwoordelijk’ is. Het begrip ‘eindverantwoordelijkheid’ heeft als zodanig geen juridische
betekenis. (RVZ 2002, p. 69).
In tegenstelling tot de bedrijfsarts hebben arboverpleegkundigen in wet- en regelgeving geen taken toebedeeld
gekregen. Welke verantwoordelijkheden in de zin van ‘taken’ zij hebben hangt af van allerlei factoren zoals de
hierboven genoemde niet-wettelijke regels en gegroeide praktijken.
Verantwoordelijk zijn betekent dat men desgevraagd verantwoording af moet leggen. Verantwoordelijk zijn is niet
hetzelfde als aansprakelijk zijn. Aansprakelijk zijn houdt juridisch bezien in dat ‘het recht’ consequenties verbindt
aan een bepaald handelen of nalaten. Het is aan de rechter om vast te stellen of men aansprakelijk is.
Intern kan een beroepsbeoefenaar ter verantwoording geroepen worden door collega’s, de patiënt, de
leidinggevende. Als een beroepsbeoefenaar stelselmatig disfunctioneert kan een werkgever rechtspositionele
maatregelen treffen zoals een schorsing. Een beroepsbeoefenaar kan daarnaast te maken krijgen met een klacht
bij de klachtencommissie van de zorginstelling.
Extern verantwoording afleggen is aan de orde als een BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar aangeklaagd
wordt bij de tuchtrechter. In ernstige situaties, zoals dood door schuld, kan een beroepsbeoefenaar ook
strafrechtelijk vervolgd worden. Vrijgevestigde beroepsbeoefenaren kunnen daarnaast geconfronteerd worden
met een civiele procedure als een patiënt een vergoeding wil voor geleden schade. Als een
verpleegkundige in dienstverband, schade veroorzaakt moet de patiënt echter
een arts is niet
is hij
werknemer, zoals eende werkgever aanspreken. Dus:verantwoordelijk voor het doen en laten van een verpleegkundige, maar als hij haar werkgever is,als werkgever wel aansprakelijk voor het vergoeden van schade die de verpleegkundige heeft veroorzaakt.6. Conclusies
De juridische positie van de arboverpleegkundige komt er wat betreft de Wet BIG op neer dat
arboverpleegkundigen bevoegd zijn om alle handelingen te verrichten die binnen het eigen deskundigheidsgebied
vallen mits ze beschikken over de vereiste deskundigheid en bekwaamheid. Wat betreft het uitvoeren van
voorbehouden handelingen zijn ze bevoegd als voldaan is aan de voorwaarden uit de Wet BIG.
De bevoegdheden en zelfstandige handelingsruimte die een arboverpleegkundige concreet heeft hangt af van
diverse factoren zoals de uitwerking van de door de arbodienst of bedrijfsarts te verlenen bijstand in het kader
van ziekteverzuimbegeleiding en re-integratie en afspraken met de werkgever over de taak- en functie-inhoud.
Literatuur
1. Boomen IJHC van den, Vlaskamp AAC. Onder Voorbehoud, informatie over de bevoegdheidsregeling
voorbehouden handelingen. Rijswijk: Ministerie van VWS; 1996
Te downloaden via www.minvws.nl
2. Buijse AM, Toolkit Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Onderwijs en Gezondheidszorg. 2008; 6: I - IV
3. Buijse AM, Eindverantwoordelijkheid: een lastig begrip? Tijdschrift LvW 2006; 4: 4-7
4. Die AC de, Hoorenman EM. De wet BIG. De betekenis van de wet voor beroepsbeoefenaren in de
gezondheidszorg. Den Haag: Koninklijke Vermande; 2003
5. Doppegieter RMS, Willems JHBM. Behandelen door de bedrijfsarts. Mogelijkheden en knelpunten. Utrecht:
KNMG; 2007
6. Kamerstukken II 1985/86, 19522 nr. 3, p. 108
7. Raad BIG. Stappenplan voorbehouden handelingen; gedeelde verantwoordelijkheid. Zoetermeer: Raad BIG;
1996, ISBN 90-5635-0757. Het stappenplan kan worden besteld bij Publieksvoorlichting van het ministerie van
VWS www.minvws.nl
8. Raas GPM, Lint MW de. Juridische aspecten van taakherschikking in de gezondheidszorg. Achtergrondstudies
uitgebracht door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg bij het advies Taakherschikking in de
gezondheidszorg. Zoetermeer: RVZ; 2002
9. Samenwerkingsverband implementatieprogramma WGBO. Van wet naar praktijk; implementatie van de
WGBO. Utrecht: KNMG; 2004
Login
Laatste Nieuws
- Nieuwsbrief niet gekregen???
- Training "Gedragscommunicatie op het werk" - okt/nov 2010
- Nieuwe NHC website www.hepatitis.nl
- Medilex Congres "Regie in eigen handen" - 9 nov. 2010
- Agenda NSPOH modulen
- Uitnodiging BGR bijscholing "Huiselijk Geweld" - 13 okt. 2010
- Nieuwsbrief EMERGOS - augustus 2010
- FOHNEU President's Update - mei 2010
